VERON A63
Friese Wouden
____________





Up
Bijeenkomst
Coax
Lowe
Meten
Voor U gelezen

Mail to the Webmaster
© 1996 - 2010
VERON A63
Friese Wouden

VERON afdeling Friese Wouden
Afdelingsblad 'CQ Friese Wouden'

Meten

voor de radiomateur

door PA3BHS

Tot een van de eenvoudigste en onmisbare meetinstrumenten voor de zendamateur behoort de dipmeter (vroeger gripdipper vanwege de gebruikte buis). De dipper is eigenlijk een oscillator met verwisselbare spoelen. Als een kring resoneert, loopt er een bepaalde stroom door de schakeling. Als de kring in de buurt van een andere kring met dezelfde resonantiefrequentie komt, wordt er energie geabsorbeerd, dit is te zien doordat de amperemeter dan een 'dip' geeft. Hierop berust het principe van de dipmeter.

Met de dipmeter kun je o.a. de volgende metingen verrichten:

bulletresonantiefrequentie van kringen bepalen
bulletzendfrequentie van kringen bepalen bij zenden
bulletantenne resonantiefrequentie bepalen
bulletantenne impedantie bepalen
bulletlengte van coax bepalen voor baluns en stubs
bulletcontroleren of een nieuwe ontvanger werkt
bulletcontroleren of een VFO werkt en op welke frequentie
bulletcontroleren van smoorspoelen op ongewenste resonanties in eindtrappen
bullethet bepalen van de zelfinductie van een spoel

Hoe doe die dingen?

Bepalen resonantiefrequentie. Door de dipper in de buurt van de kring te zouden is het absorberen van de energie te zien via de meter in de dipper.

Zendfrequentie van kringen bepalen. De dipper hoeft niet ingeschakeld te zijn, als de dipper op de resonantiefrequentie van de zender staat, slaat de meter van de dipper juist uit, omdat er energie door de dipper wordt opgenomen.

Antenne resonantiefrequentie bepalen. Door een klein lusje direct aan de dipool te bevestigen en deze met de dipper te koppelen, blijkt uit een dip van de dipmeter wat de resonantiefrequentie van de antenne is.

Antenne impedantie bepalen. Door een impedantie meter met de dipper te koppelen is de impedantie van de antenne op de resonantiefrequentie te bepalen. De impedantiemeter is eigenlijk een brug van Wheatstone waarbij de signaalbron de dipper is en de onbekende weerstand de antenne. De impedantie meter is al eerder in dit blad beschreven.

Lengte van coax voor baluns en stubs bepalen. Een kwart lambda stub is hoog-Ohmig op de resonantie frequentie. Aan een uiteinde van het stuk coax wordt een lusje van ongeveer 1 cm gemaakt, hier wordt de dipper mee gekoppeld. Het andere uiteinde blijft open (hoog-Ohmig). Als de coax de goede lengte heeft, zie je een dip. Een halve golf stub is laag-Ohmig op de resonantie frequentie. Aan 1 zijde van de coax wordt een lusje gemaakt, dit lusje wordt met de dipper gekoppeld. De andere zijde van de coax moet worden kortgesloten. Dit kan door een naald door de mantel van de coax te prikken en deze kort te sluiten met de kern. Door de naald te verplaatsen is de exacte lengte van de coax te bepalen.

Controleren ontvanger werking. Je hebt zelfs geen antenne nodig, je koppelt de dipperdoor een lusje met de antenneingang en je kunt de gevoeligheid en de frequentie globaal bepalen door die met een andere ontvanger te vergelijken (dit kan b.v. handig zijn bij dumpontvangers).

Controleren VFO. Door de uitgang van een VFO met de (uitgeschakelde) dipper via een lusje te koppelen, kan de output en de frequentie van de VFO bepaald worden. Door de uitslag van de meter op de dipper is de maximale output af te regelen.

Controleren smoorspoelen van eindtrappen op ongewenste resonanties. De eindtrap van een HF eindtrap bevat altijd een smoorspoel die het HF signaal uit de voeding moet houden. Deze spoelen zijn vaak in delen gewikkeld omdat het moeilijk is een smoorspoel te maken, die voor alle banden effectief is. Als de smoorspoel op een van de amateurbanden in resonantie is, brandt de smoorspoel eruit. Om dit te voorkomen kun je met de dipper langs de spoel gaan om te controleren of een van de dippen binnen een amateurband valt.

Het bepalen van de zelfinductie van een spoel. We kunnen van een onbekende spoel de zelfinductie bepalen door er een bekende condensator aan parallel te schakelen. We bepalen nu de resonantiefrequentie. Met de formule f=1/2piVLC kunnen we nu de spoel berekenen.

Tegenwoordig zijn er hele leuke apparaten in de handel waarin een dipmeter, impedantiemeter en frequentieteller in 1 apparaat verenigd zijn, maar de principes voor de metingen blijven hetzelfde. In diverse boeken en oude Electrons (rubriek PAoSE) staan wel schema's van dipmeters. Ik heb met dit artikel proberen aan te geven hoe nuttig zo'n eenvoudig instrument kan zijn.

Kees - PA3BHS