Hoe doe die dingen?
Bepalen resonantiefrequentie. Door de dipper in de
buurt van de kring te zouden is het absorberen van de energie te zien via de
meter in de dipper.
Zendfrequentie van kringen bepalen. De dipper hoeft
niet ingeschakeld te zijn, als de dipper op de resonantiefrequentie van de
zender staat, slaat de meter van de dipper juist uit, omdat er energie door de
dipper wordt opgenomen.
Antenne resonantiefrequentie bepalen. Door een klein
lusje direct aan de dipool te bevestigen en deze met de dipper te koppelen,
blijkt uit een dip van de dipmeter wat de resonantiefrequentie van de antenne
is.
Antenne impedantie bepalen. Door een impedantie meter
met de dipper te koppelen is de impedantie van de antenne op de
resonantiefrequentie te bepalen. De impedantiemeter is eigenlijk een brug van
Wheatstone waarbij de signaalbron de dipper is en de onbekende weerstand de
antenne. De impedantie meter is al eerder in dit blad beschreven.
Lengte van coax voor baluns en stubs bepalen. Een kwart
lambda stub is hoog-Ohmig op de resonantie frequentie. Aan een uiteinde van het
stuk coax wordt een lusje van ongeveer 1 cm gemaakt, hier wordt de dipper mee
gekoppeld. Het andere uiteinde blijft open (hoog-Ohmig). Als de coax de goede
lengte heeft, zie je een dip. Een halve golf stub is laag-Ohmig op de resonantie
frequentie. Aan 1 zijde van de coax wordt een lusje gemaakt, dit lusje wordt met
de dipper gekoppeld. De andere zijde van de coax moet worden kortgesloten. Dit
kan door een naald door de mantel van de coax te prikken en deze kort te sluiten
met de kern. Door de naald te verplaatsen is de exacte lengte van de coax te
bepalen.
Controleren ontvanger werking. Je hebt zelfs geen
antenne nodig, je koppelt de dipperdoor een lusje met de antenneingang en je
kunt de gevoeligheid en de frequentie globaal bepalen door die met een andere
ontvanger te vergelijken (dit kan b.v. handig zijn bij dumpontvangers).
Controleren VFO. Door de uitgang van een VFO met de (uitgeschakelde)
dipper via een lusje te koppelen, kan de output en de frequentie van de VFO
bepaald worden. Door de uitslag van de meter op de dipper is de maximale output
af te regelen.
Controleren smoorspoelen van eindtrappen op ongewenste
resonanties. De eindtrap van een HF eindtrap bevat altijd een smoorspoel die
het HF signaal uit de voeding moet houden. Deze spoelen zijn vaak in delen
gewikkeld omdat het moeilijk is een smoorspoel te maken, die voor alle banden
effectief is. Als de smoorspoel op een van de amateurbanden in resonantie is,
brandt de smoorspoel eruit. Om dit te voorkomen kun je met de dipper langs de
spoel gaan om te controleren of een van de dippen binnen een amateurband valt.
Het bepalen van de zelfinductie van een spoel. We
kunnen van een onbekende spoel de zelfinductie bepalen door er een bekende
condensator aan parallel te schakelen. We bepalen nu de resonantiefrequentie.
Met de formule f=1/2piVLC kunnen we nu de spoel berekenen.
Tegenwoordig zijn er hele leuke apparaten in de handel waarin
een dipmeter, impedantiemeter en frequentieteller in 1 apparaat verenigd zijn,
maar de principes voor de metingen blijven hetzelfde. In diverse boeken en oude
Electrons (rubriek PAoSE) staan wel schema's van dipmeters. Ik heb met dit
artikel proberen aan te geven hoe nuttig zo'n eenvoudig instrument kan zijn.
Kees - PA3BHS